↑ Return to CWO II

Uitwijkregels

Net als op straat zijn er ook op het water verkeersregels. Maar, waar we op straat spreken van voorrangsregels, spreken we op het water van uitwijkregels: je moet er namelijk altijd alles aan doen om een aanvaring te voorkomen. Hier onder staan de belangrijkste uitwijkregels voor als je met een lelievlet op de Nieuwe Meer vaart.

Goed zeemansschap
Zoals hierboven staat moet je er altijd alles aan doen om een aanvaring te voorkomen. Ook moet je andere gebruikers van het water in geval van nood helpen en zorgen dat je ze niet opzettelijk in de moeilijkheden brengt. Dit heet ‘goed zeemansschap’.

Klein wijkt voor groot
Kleine boten moeten uitwijken voor grote schepen, c.q. beroepsvaart. Onder ‘groot’ worden schepen verstaan die langer zijn dan 15 meter. Deze schepen kunnen moeilijker manouvreren, hebben vaak een slechter overzicht en een langere remweg. Kleinere, wendbare boten (zoals lelievletjes) moeten voor de grote schepen en andere beroepsvaart uitwijken.

Stuurboordswal
Een boot vaart ‘stuurboordswal’ wanneer deze aan de stuurboordkant van de boot de waterkant volgt. Ook wanneer een boot rechts in een vaargul vaart, waar geen wal langs loopt, spreekt met van stuurboordswal varen. Boten die stuurboordswal houden hebben voorrang op schepen die dat niet doen.

Motor wijkt voor spier wijkt voor wind
Motorboten kunnen makkelijker manouvreven dan roeiboten en zeilboten. Zij kunnen immers achteruitvaren, stilliggen en tegen de wind in varen. Roeiboten kunnen makkelijker manouvrevren ten opzichte van zeilboten. Wanneer bovenstaande regels niet gelden, moet een motorboot wijken voor een roeiboten en zeilboten. Een roeiboot hoeft alleen te wijken voor motorboten. Wanneer je tijdens het zeilen ook aan het roeien bent, gelden de regels van een roeiboot. Wanneer een boot tijdens het zeilen ook zijn motor aanzet, is deze boot een motorboot.

Stuurboord wijkt voor bakboord
Wanneer twee zeilboten elkaar op een kruisende koers naderen, moet de boot die het (groot-) zeil over stuurboord heeft uitstaan moet wijken voor de boot die het (groot-) zeil over bakboord heeft uitsstaan.

Loef wijkt voor lei
Wanneer twee zeilboten elkaar op een kruisende koers naderen, maar ze allebei het (groot-) zeil over dezelfde boeg hebben staan, moet de ‘loef-boot’ wijken. De loef-boot is de boot die het meeste aan de kant staat waar de wind vandaan komt, terwijl de lei-boot daar het verste van af is.

Dit is vaak moeilijk te zien, daarom zijn er verschillende ezelsbruggetjes om te kijken wie er moet wijken. Deze ezelsbruggetjes mag je gewoon gebruiken, maar hat is wel belangrijk dat je de oorspronkelijke regel en uitleg kent.

Ezelsbruggetje 1:
Wanneer je de andere boot ziet over je eigen loefboord, dan is die andere boot de loef-boot en zit je zelf in de lei-boot. De andere moet dan wijken. Wanneer je de andere boot over de leiboord ziet, dan is die andere boot de lei-boot en zit je zelf in de loef-boot. Jij moet dan wijken!

Ezelsbruggetje 2:
De zeilboot die het meeste tegen de wind in vaart, is de lei-boot. De boot die ‘ruimer’ vaart is de loef-boot.